klimaat | centrale Pyreneeën | Aragón |
Geschiedenis van Aragón      

DE HISTORIE VAN ARAGON, DE PROVINCIE HUESCA EN DE STAD ZARAGOZA.

Dit blad afdrukken print

- Aragón prehistorie
- Salduie (Zaragoza vóór de Romeinen)
- Romeins Iberië: Hispania
- Caesaraugusto (Romeins Zaragoza)
- Aragón van 472 tot 714
- Arabisch Spanje: al-Andalus
- Arabisch Spanje: Taífas
- Saraqusta (Arabisch Zaragoza)
- De 5 eerste Christelijke vorsten
- Spanje, wereldmacht in de 16e eeuw
- Het verval van Spanje als wereldmacht
- Zaragoza volledig vernietigd tegen Napoleon I

tijdsperioden Zaragoza
De 4 tijdsperioden van Zaragoza

prehistorische rotsholen en rotsschilderingen in de Rio Vero
Rotsholen en prehistorische rotsschilderingen aan de Río Vero.

Prehistorie. Er gaat geen maand voorbij of er vindt ergens in Aragón een of andere prehistorische ontdekking plaats. Sterker nog: dergelijk nieuws haalt in deze streek zelfs de frontpagina niet meer. Haast in elk dorp vond men ooit sporen van menselijke aanwezigheid uit de prehistorie. Eén van de 5 belangrijkste gebieden, absoluut zeker de mooiste omgeving, is die van de 'Río Vero' in het beschermd natuurpark 'Parque Natural de la Sierra y los Cañones de Guara'. Dit gebied werd in 1998 door de unesco geklasseerd als werelderfgoed. Hier alleen al zijn méér dan 60 beschilderde rotsholten gevonden die getuigen over minstens 20000 jaar menselijke aanwezigheid. Een 5-tal kilometer van de vakantiehuizen situeert zich de 'cueva del Moro' met rotsschilderingen van ca. 7000 jaar oud in de kloof van Olvena.

prehistorische rotsschilderingen rio vero
Prehistorische holen met rotsschilderingen aan de Río Vero.

Salduie.

De stad Zaragoza is in de 3e eeuw voor Christus gesticht als een Iberische nederzetting genaamd Salduie en zou lange tijd onder de Romeinen zo blijven heten.

munt salduie
Achterkant van een munt met de naam van de stad in het Iberisch.

Hispania.

Na de Romeinse invasie in Spanje, tijdens de eerste Punische oorlog van 264 tot 241 v.C., vestigden zich hier en daar Romeinse families in het land. Hispania was de naam van de Romeinse provincie die gans Spanje, Portugal en een deeltje van Zuid-Frankrijk uitmaakte.

Het Romeinse Zaragoza, Caesaraugusta.

In 24 v.C. stichtte keizer Caesar Augustus de stad en wijzigde de naam naar zichzelf: Caesaraugusta. Dit in het kader van de reorganisatie van de provincies van Hispania, na de zege in de Cantabrische oorlogen. Caesaraugusta behoorde tot de provincie Tarraconensis. Tarraconensis was verder onderverdeeld in 7 juridische districten, waarvan Caesaraugusta het grootste was. De stichting van de stad had een dubbel doel : tegelijk de verdediging van het terrein verzekeren en er de aanwezigheid van Rome verankeren.

romeinse stadsmuren zaragoza
Het grootste overgebleven fragment van de Romeinse stadsmuur te Zaragoza.

Caesaraugusta begrensde een oppervlakte van 900 x 500 m rond 2 loodrechte assen , georienteerd naar de 4 windstreken, van waaruit de wegen vertrokken die de stad verbonden met andere steden met gelijkaardige status. In het noorden was er de brug over de Ebro waarlangs de aquaduct met water van de Gállego liep en waar de weg naar Frankrijk vertrok. In het zuiden de weg naar Toledo-Mérida. In het oosten en westen startten respectievelijk de wegen naar Tarragona en Astorga (bij Léon). Men is er zeker van dat er vrij vlug na de stichting van de stad door de Romeinen reeds een stadmuur stond die in de 3e eeuw werd herbouwd. De muur had een omtrek van 3 km. Men twijfelt er wel aan als deze eerste muur de volledige stad Caesaraugusta omringde omdat er recent stukken van deze eerste muur zijn gevonden buiten de muren van na de 3e eeuw. Vermoedelijk liep de muur door de huidige zone van el Coso, de César Augusto laan en de boulevard de Echegaray. Er blijven 2 stukken van de muur bewaard. Het langste stuk van een 80-tal meter bevond zich in het noordwestelijk deel van de stad. (aan de Zudatoren). Men kan er nog goed zien dat de muur ca. 10 m hoog was en 4 m breed. Een 2e stuk is nog te zien in de Paseo de Echegaray.

Romeinse rioleringen onder het forum te Zaragoza.
Romeinse rioleringen onder het Forum te Zaragoza.

De stad had 4 hoofdingangen. La Puerta de Toledo lag in het uiterste westen van de Romeinse stad, tussen de huidige stadsmuren van San Juan de los Panetes en de Mercado Central.

Romeinse steden worden steeds gebouwd rond 2 loodrechte assen. Eén as is de huidige 'Calle Mayor y Espoz y Mina', evenwijdig aan de Ebro en loodrecht hierop loopt de 'Calle D. Jaime'. Het forum was het hart van de stad. Het was het plein waar handel en politiek werden gedreven en waar de Romeinse magistraat  de rechtszaken hield. Bijna steeds ligt het forum op het kruispunt van de twee hoofdstraten, maar in Zaragoza ligt het dichtbij de rivier door de nabijheid van de rivierkade (waar nu La Seo en het museum van de rivierkade zijn). Het primitieve forum van Augusto werd spoedig overbouwd in de tijd van Tiberio dat nog steeds te bezoeken is aan de plaza de la Seo. Het was een grote rechthoek van 160 x 120 m, met een dubbele zuilengang aan zijn korte kanten, waar de winkels zich bevonden, een monumentale poort die uitgaf naar de rivierhaven en een tempel (opgericht op een hoog podium) aan de lange kanten. In de tijd van Tiberio werd ook het theater gebouwd met een capaciteit van 6000 toeschouwers. Het oude amfitheater is (her)ontdekt begin de jaren '90 en uitgebreid te bezichtigen. Ook een stukje van de Romeinse stadsmuren heeft de eeuwen overleefd.

romeins theater 6000 toeschouwers Zaragoza
Romeins theater voor 6000 toeschouwers te Zaragoza.

Er waren nog andere amusementsgebouwen : het amfitheater en het circus ; en zoals te verwachten was, een uitgebreide reeks resten die betrekking hebben met het water : een aquaduct, waaraan de rivierhaven moet toegevoegd worden, de rioleringen, bronnen voor watervoorziening en meerdere publieke thermen, waarvan resten bewaard zijn gebleven in de C./ de San Juan en San Pedro, in het midden van de weg tussen het theater en het forum, zijnde de 3 gebouwen die kunnen afgelopen worden om zich een perfect idee te vormen over wat Caesaraugusta was. Hier moeten nog de 2 necropolissen (begraafplaatsen) aan toegevoegd worden die zich situeren aan de uitgangen van de stad. In het museum van Zaragoza kunnen de verdwenen resten van diverse uitgravingen bekeken worden, die ondanks de plundering en de vernietigingen uit het verleden (en het heden) de macht blijven tonen die de stad had in de 2 eerste eeuwen van de tijdrekening.

Van 472 tot 714, het Westgotische of Visigotische Spanje en Zaragoza.

Visigotische rijk rond het jaar 500

Dit is de periode tussen het Romeinse rijk en het Islamitische Spanje. In 416 drongen de West-Goten als nomadenstammen vanuit Frankrijk Spanje binnen. Veel West-Goten werden foederati. Foederati kregen in de Romeinse klassen kregen ondersteuning met geld of voedsel tegen het leveren van hulptroepen voor de legioenen. Echter naarmate de Romeinse macht in de vijfde eeuw verder afnam gingen de foederati in het West-Romeinse Rijk zich steeds onafhankelijker gedragen en stichtten tenslotte eigen koninkrijken. De Visigoten bekeerden zich tot het christendom en maakten van het Latijn hun dagelijkse taal.

In 472 werd Caesaraugusto één van de laatste Romeinse bolwerken op het schiereiland, veroverd door de Visigoten onder wie het na Toledo en Sevilla de derde stad van hun rijk was. In Zaragoza gaat het stadsleven met zekere normaliteit verder. De Romeinse gebouwen geraken in verval. De hoofdactiviteiten beperken zich tot de routine van landbouw en veeteelt.

De veranderingen die zich voordoen in het Westen in deze eeuwen geven aan Zaragoza een relatief grotere belangrijkheid dan het tot dan toe had vervuld. Het cristendom krijgt vat op de stad met 18 martelaren (de ontelbaren genoemd). De meest heilige Engracia, die de marteling overleefde, werden gezongen door Prudencio en het Peristephanon, in het begin van de 5e eeuw. De eerste kristelijke bouwwerken worden gebouwd, waarvan één precies is gewijd aan hen, aan de buitenkant van de stadsmuren, in de zone die aan de heilige blijft gewijd. Daar komen 2 prachtige sarcofagen bewerkt in Rome in de helft van de 4e eeuw en waarschijnlijk een mosaiek met Christelijke thema’s, tentoongesteld in het museum van Zaragoza.

Na de invasie van de Moren zal het Visigotische koninkrijk verdwijnen. Één koning, Pelavo genaamd streed tegen de Moren en overwon in 722 in de slag bij Covadonga (Asturië). Pelayo wordt ook wel de eerste Spaanse koning genoemd, vandaar dat hedendaags de prinsen en prinsessen "Principes de Asturias" worden genoemd.

Het Arabische Spanje, ‘al-ANDALUS’.
In de 7e eeuw begonnen de Arabieren vanuit hun woestijnland naar het noorden en het zuiden uit te zwermen, om zoals de profeet Mohammed (570-632) hen had opgedragen de wereld te veroveren. Ze veroverden Perzië, Syrië en Palestina, in 641 veroverden ze Egypte en stichtten de stad Caïro.

Nog geen eeuw na de dood van de profeet Mohammed, in 711, vielen vooral Marokkaanse Berbers en een handjevol Arabieren Spanje binnen. Onder het bevel van de gouverneur van Tanger, Tariq Ibn Zayid, kwamen ze aan land bij het huidige Zuid-Spaanse Algeciras. Ze wisten dat de Katholieke, West-Gotische samenleving verdeeld en zwak was door twisten tussen Arianen en Katholieken, repressie en verdrukking van de Joden. Mede met de hulp van de verdrukte Joden veroverden de Arabieren het Spaanse schiereiland (tenzij het noorden) in amper drie jaar en slechts ten koste van enkele veldslagen.

Het islamitisch Spanje, de eerste Europese moslimstaat, heette al-Andalus en werd geregeerd met Emirs (Arabische vorsten 756-928) vanuit het Emiraat van Córdoba. De Andalusische cultuur verwierf spoedig een eigen karakter door de versmelting van de vele bevolkingsgroepen. Al-Andalus komt van "Al-Wandaluz" en is een verbastering van de Arabische naam voor het gebied van de Vandalen (Vandalusië). De Vandalen waren een Germaans volk dat zich vanuit Noordoost-Europa naar het zuiden verspreidde, maar door de Visigoten werd verdreven en zich vestigde in Noord-Afrika.

De christenen en joden die leefden onder moslim-dominantie werden aangemoedigd om zich tot de islam te bekeren. Toch mochten ze hun geloof verder belijden, maar ze moesten hiervoor een speciale belasting betalen. Wie zich wel bekeerde, de gearabiseerde christenen, betaalden geen speciale belasting en men noemde ze MOZARABEN. De islamieten werden door de Spanjaarden MOREN genoemd.

kaart kalifaat cordoba

De stad Córdoba was het centrum van al-Andalus. Er ontstond een hoogstaande cultuur die een grote welvaart bracht. De steden Córdoba, Sevilla en Granada werden wereldsteden, waarin de kunst en wetenschappen opbloeiden tot een hoogte die in de rest van het nog barbaarse, Middeleeuwse Europa ongekend was.  In haar bloeiperiode werd de stad Cordoba (Qurtuba) ook door de christenen verheerlijkt als het ‘sierraad van de wereld’. In de tiende eeuw was het Moorse rijk op haar hoogtepunt en had Córdoba één miljoen inwoners, een voor die tijd zeer uitzonderlijke aantal. Córdoba telde honderden moskeeën en badhuizen, tientallen bibliotheken, hospitalen, het bezat waterleiding, straatverlichting, geplaveide straten, enz. … . In de 10e eeuw was Cordoba zelfs de belangrijkste politieke hoofdstad van de islam en de meest geciviliseerde stad van Europa Dit islamitische intellectuele leven heeft het Europese denken blijvend beïnvloed. Enkele voorbeelden:

- Nieuwe gewassen werden ingevoerd zoals rijst, aubergines, artisjokken en asperges evenals specerijen die tot dan toe onbekend waren gebleven in de westerse wereld zoals peper, kaneel en komijn.
- De moren voerden ook de huidige manier van eten in met een maaltijd met verscheidene gangen in plaats van alle gerechten in eenmaal op tafel te zetten.
- Het persoonlijk toilet en wasmiddelen (introductie van de eerste tandpasta, populariseren van het scheren, bij mannen; gebruik van zout voor het wassen van klederen, in plaats van louter rozenwater); de schoonheidsbehandeling (opening van een "schoonheidssalon", met gedurfde haarstijlen voor vrouwen, gebruik van epileertuigjes, vormgeving van de wenkbrauwen, nieuwe parfums en cosmetica...); de mode (moderichtlijnen naargelang van de seizoenen)... .
- de introductie van het schaakspel  in het Westen, de sterrenkijker en astrologie (uit Indië), … .
- op het platteland rond de steden legden ze op veel plaatsen slimme irrigatie systemen aan zodat alle stedelingen konden gevoed worden.
- echter, de islamitische bouwkunst beperkte zich tot de veroverde gebieden.

Het Arabische Spanje, het Kalifaat van Córdoba en de Taífas.

kaart taifa saraqusta

Na al-Andalus verscheen het Kalifaat  van Córdoba of Omajjaden (929–1031) met aan het hoofd een kalief. De eenheid in het Arabische Spanje werd regelmatiger verstoord door onderlinge schermutselingen. Vooral in de grenszones lokten dergelijke incidenten invallen uit van de christelijke troepen in het noorden. In het noorden grensde het Moorse rijk aan de kleine christelijke staatjes Aragon, León en Navarra die langzaamaan een steeds grotere bedreiging gingen vormen. Er vonden met regelmaat veldslagen plaats, waarbij de Moren de christenen aanvankelijk uit de buurt konden houden. Om de invallen van de Christenen beter het hoofd te kunnen bieden, bouwden de moslims een reeks forten langs de kwetsbare frontlijn (vb. Alquezar, Torreciudad, Fantova, ...) . Na de instorting van het Omajjaden-rijk vormden zich vele kleinere onafhankelijke vorstendommen, taifas genoemd (1018-1118). Vanaf toen verloren de Moren steeds meer terrein. Aan het begin van de dertiende eeuw was het afgelopen met het grote Moorse rijk en was de "Reconquista", de herovering van het gebied door de christenen, een feit.

Het Arabische Zaragoza: Saraqusta of Al Baida (de witte stad) (714-1118).

noordzijde aljaferia in de binnentuin van Isabel
Geraffineerd albasten bogenwerk aan de noordzijde van de binnentuin van Isabel, Aljaferia/Zaragoza

De verovering van Saraqusta moet tamelijk eenvoudig zijn geweest : toen in 714 Muza en Tariq tegenover de stadsmuren verschenen gaf de stad zich over, enkele vooraanstaande religieuzen en militairen vluchtten en hielden zich schuil in de Pyreneeën. Het was de belangrijkste stad in het noorden van het islamitische rijk en daarom werd het goed verdedigd, zelfs keizer Karel de Grote slaagde er niet in om de stad in 777 in te nemen waardoor het nog honderden jaren in islamitische handen zou blijven. Ook hier respecteerden de veroveraars het religieus geloof van de aanwezige inwoners, in ruil voor hogere belastingen. Door de hogere belastingen, maar ook door de veel geraffineerdere cultuur, ging de islamitizering zeer snel. Er verrees een mozarabische wijk in de noordwestelijke hoek van de stad bij de kerk van Santa Maria en een andere Joodse in de tegenoverliggende hoek. De Visigotische kathedraal van San Vicente maakte plaats voor de grootste moskee. In de 4 eeuwen waarin de islam de regio Zaragoza domineerde, groeide haar prestige. Dit illustreren meerdere citaten uit die tijd :

« het lijkt op een wit stipje in het centrum van een smaragd waarover het water uit 4 rivieren glijdt ». - Zijn witheid had het te danken aan de gewoonte om de huizen te kalken. Zelf 's nachts zorgde dit voor een witte gloed, waardoor men de stad naast Saraqusta ook Al Baida, wat betekent 'de witte (stad)', noemde.
- en het groen van de smaragd refereert naar de vruchtbaarheid van zijn moestuinen en tuinen nabij de Ebro rivier.
Al vlug vormde de stad een haard van rebellie tegen de Emirs van Córdoba, dat 730 km meer zuidwaarts ligt. 300 jaar na de Arabische verovering van Zaragoza, in 1018, werd Saraqusta het eerste Taifa dat zich los maakte van Córdoba, met zijn koning Mundir. Twintig jaar later werd de dynastie van de hudies opgericht, waaronder één van de schitterenste hoven van de eeuw vorm kreeg. Hun koning Abu Yafar Ahmad al Muqtadir (1046-1081), ook Jafar genoemd bouwt de aljaferia te Zaragoza. Hij doodde de Christelijke koning Ramiro I te Graus en slaagde in het heroveren van de stad Barbastro (1065). Sommige taifa’s huurden christelijke ridders in om hun bij te staan in hun onderlinge oorlogen. Op deze wijze kwam ook ‘el Cid’, de beroemste huurling, het taifa van Saraqusta dienen. De almoráviden regeerden de stad de laatste jaren van hun islamitische overheersing. Met hen kwam Avempace in het visier, de inleider van de filosofie van Aristotoles in het westen.

hoefijzerboog aan de private moskee in de Aljarferia te Zaragoza
Hoefijzerboog aan de ingang van de private moskee in de Aljaferia te Zaragoza.

De islamieten stelden de kanalen en bevloeiingssystemen van de Romeinen opnieuw in werking, ze bliezen nieuw leven in hun ambachtswerk met molens, pottenbakkerijen, wapensmeedkunst en een bloeiende textielindustrie waarin de ‘Zaragoza doeken’ zich onderscheidden, die volgens opschepperige kroniekschrijvers van dezelfde tijd, nergens ter wereld een rivaal hadden. Ze stimuleerden een handel waarin hun slavenmarkt een vooraanstaande rol speelde, door haar vlakbij gelegen positie  aan de christelijke zones die ze leverden.

aljaferia arabisch amusementspaleis te Zaragoza
De 'Aljaferia', het gerestaureerd Arabisch amusementspaleis te Zaragoza.

De stadsarchitectuur van Saraqusta.
De belangrijkste markt bevond zich aan de grootste moskee. Er waren andere plaatsen zoals de publieke badplaatsen, de almozara (een grote open explanade voor militaire oefeningen tussen de westpoort en de Aljafería) en de Ajafería. De door de stad opgelopen veranderingen waren divers, hoewel ze het Romeinse tracé en hun stadsmuren behielden, verbeterd met enkele grote torens in haar hoeken (las zudas). De groei ziet zich gereflecteerd in de bouw van meerdere buitenwijken : die van Altabás, aan de andere kant van de Ebrobrug die van Sinaya, waar een markt (zoco) zou zijn geweest, waarvan de plaatsnaam (toponiem) bewaard is in de C./Azoque ; die van de westpoort met veel pottenbakkerijen en die van de oostpoort, tegenwoordig Tenerías genoemd, die zich toelegde op het looien en verven van leer  (de slechte geuren die dit afgaf raadden aan om zich te vestigen in de zone tegen de cierzo in). Om deze buitenwijken te beschermen bouwde men een aarden muur die de huidige lijn van de Paseo de María Agustín en de loop van de Huerva volgde.

 

Het huidige Aragón was de kern van een middeleeuws koninkrijk, dat in de 15e eeuw heel het oosten van Spanje beheerste en zijn invloed over het westen van de Middellandse Zee uitbreidde tot Italië en Griekenland.

Aragonees gebied in 1443
Klik voor groter zicht Aragón in 1443.

Het Christelijke koninkrijk Aragón (1035-1701).

Tijdens de arabische overheersing bleven de Spaanse Pyreneeën ontoegankelijk voor de Arabieren. Vooraanstaanden en vluchtelingen kwamen hier terecht en begonnen zich te verenigen. Eerst was er het graafschap Aragón dat onstond omstreeks 800 rond de stad Jaca. Jaca werd er de hoofdstad van. De naam Aragón is afkomstig van de rivier in deze buurt met dezelfde naam en die uitmondt in de Ebro. In het noorden, naast het graafschap Aragón lagen andere gebieden die voornamelijk aparte Christelijke koninkrijkjes zijn gebleven: Navarra, Asturië, Leon en Catalonië. In deze streken bleef Romaans de overheersende bouwstijl, in tegenstelling tot de rest van Spanje met overduidelijke invloed van de moslimcultuur (mozarabisch) . In de Aragonese provincies Zaragoza en Teruel treft men de mooiste voorbeelden aan van mudéjarstijl van gans Spanje. Dit zijn christelijke bouwwerken, vooral kerken, met duidelijke Arabische kenmerken in vormgeving en versiering. Ook Castilië expandeerde in die tijd. Door huwelijken en/of veroveringen werden het koninkrijk Navarra en het graafschap Aragón één. Er waren voortdurend twisten onder elkaar, maar ook tegen de gemeenschappelijke vijand in het zuiden, de Moren.

mudejar guadalaguara
Mudéjar in Guadalaguara.

In de 2e helft van de 11e eeuw begon de opmars van de Aragonese (Christelijke) troepen tegen de moslims (reconquista). Dit bewijzen o.a. de vele kastelen en verdedigingstorens uit die tijd in de streek (Torreciudad, Fantova, Artasona, Secastilla, Castro, Abizanda, Atón Galíndez, …). Na de herovering van Huesca werd het de hoofdstad. Jaca kreeg een kathedraal waarvoor in 1040 de eerste steen werd gelegd en die de bewondering kreeg van de talloze kunstminnende pelgrims die naar Santiago trokken. Even ten zuiden van Jaca, op een afgelegen plek, werd het klooster van San Juan de la Peña opgericht, dat de bescherming genoot van de vorsten van Aragón en Navarra. Dit oude klooster is nu nog grotendeels bewaard gebleven.

Een 1000 jaar geleden (vanaf 1035) tot ongeveer 300 jaar geleden (tot 1701) was Aragón een koninkrijk. Het was oorspronkelijk een zeer klein, tamelijk dun bevolkt koninkrijk dat bestond uit enkele graafschappen die grensden aan de Pyreneeën. Aragón lag aan de basis van de reconquista, de verovering van de Christenen op de Moren, waarbij het koninkrijk voortdurend werd uitgebreid in zuidelijke richting.

In 1118 werd Zaragoza veroverd, dat de nieuwe hoofdstad werd. In de daaropvolgende eeuwen wisten de koningen van Aragon door veroveringen of huwelijken een groot deel van Oost-Spanje (Catalonië, Valencia), het Middellandse Zeegebied, Corsica en Sicilië onder hun heerschappij te brengen.

De 5 eerste Aragonese vorsten.

Sancho Garcia III de Grote (1000 - 1035) volgde zijn vader op in Navarra en in Aragón. Hij trouwde met Munia Mayor van Castilië. Na de dood van haar broer García II Sanchez werd het graafschap Castilië verenigd met het koninkrijk Aragon. Sancho Garcia III verhief Castilië tot koninkrijk en werd daarvan koning onder de naam Sancho l. Hij regeerde ook in Léon en bezat toen het ganse Christelijke gebied, met uitzondering van Barcelona. Hij zette een hervorming van de kloosters door in de geest van Cluny en gaf de steden stadsrechten.

'Sancho I' had 2 zonen en splitste het gebied in 2 koninkrijken, namelijk Aragón en Castilië. In 1035 schonk hij het koninkrijk Castilië aan zijn zoon Ferdinand I van Castilië (1035 - 1065) en zijn zoon Ramiro I van Aragón (1035 - 1063) erfde het nieuwe koninkrijk Aragón en werd dus de eerste koning (1e). Vanaf het jaar 1035 was Aragón voor een aantal eeuwen een sterk zelfstandig koninkrijk (later samen met Catalonië), waarvan de invloedssfeer zich zeer ver uitstrekte. Na de moord op zijn halfbroer Gonzalo van Ribagorza in 1045, kreeg hij ook Ribagorza en Sobrarbre in zijn bezit. Ramiro I probeerde ook Navarra op zijn oudste broer te veroveren, maar werd verslagen in Tafalla. Hij bestreed tevens de Moren en sneuvelde in de strijd tegen de Emir van Zaragoza.

Christelijke verdedigingstoren van Fantova tegen de Moren

De talrijke schermutselingen hebben het landschap destijds verrijkt met vele vestigingen, kastelen en kerken. Sancho I Ramírez van Aragón (2e) (1063 - 1094) was een zoon van Ramiro I. In 1086 werd hij pauselijk vazal. Bij de herovering van het Iberisch schiereiland op de Moren heeft Sancho I Ramírez een cruciale rol gespeeld. Door middel van verdragen bereikte hij dat het Aragonees koninkrijk tot ver buiten de grenzen invloed heeft uitgeoefend. Sancho I leverde veel strijd met de Moren, vooral met de Emirs van Saraqusta. Sancho I was eerst gehuwd met Isabella van Urgel. Samen hadden zij één zoon: Peter. Later trouwde Sancho l met Felicitas van Roucy. Uit dit huwelijk had hij twee zonen: Alfonso (de latere Alfonso l) en Ramiro (de latere Ramiro II).

Peter I van Aragón (3e) (1094-1104) werd in 1094 koning van Navarra en van Aragón en in 1095 kreeg hij van paus Urbanus V een beschermingsprivilige tegenover Castilië. Peter was gehuwd met Agnes van Poitou (-1097), dochter van hertog Willem VIII van Aquitanië. Zijn zoon Peter (-1103) huwde met Maria Vivar, de dochter van El Cid.

alfonso I de strijdvaardige
Alfonso I van Aragón (de strijdvaardige, Sp.: el batallador). Schilderij van Francisco Pradilla (1879) - stadhuis Zaragoza. In Calatayud staat een standbeeld van Alfonso I, dat hij veroverde in 1120.

Retrato del rey Alfonso I de Aragón, el Batallador, por Francisco Pradilla. 1879. Ayuntamiento de Zaragoza.

Alfonso I van Aragón (4e) (bijgenaamd de strijdvaardige (sp.: el batallador) (1104 – 1134) volgde zijn oudere halfbroer Peter I op. Een eeuw lang bleef het nieuwe koninkrijk een arm en weinig bevolkt staatje. Hij veroverde Zaragoza in 1118. Het land werd opnieuw bevolkt met christenen, ten dele Mozaraben, die Alfons uit de islamitische gebieden ging bevrijden en naar het noorden met zich terugvoerde. Omdat zijn schoonvader nog in hetzelfde jaar overleed zonder mannelijke opvolger, werd Alfonso ook koning van Castilië en León, waardoor de vier christelijke koninkrijken Aragón, Navarra, Castilië en León onder één kroon verenigd waren. De successen stapelden zich op: in 1114 nam hij Tudela in (hij raakte wel de Balearen kwijt) en in 1116 veroverde hij Lerida, mede door een bondgenootschap met Abdel Malik, de emir van Zaragoza, die hij twee jaar later uit zijn eigen stad verdreef om er de nieuwe Aragonese hoofdstad van te maken. Tussen 1119 en 1120 maakte hij zich meester van Tarragona, Daroca en Catalayud en in 1120 behaalde hij een gewichtige overwinning op de Almoraviden bij Cutanda. Te hulp geroepen door de zgn. mozaraben, de christelijke bevolking van Andalusië, drong hij in 1125 door tot aan de Sierra de Alpujarras en liet zich op zijn terugtocht door het vijandelijk gebied vergezellen door duizenden mozaraben die hij in de nieuw veroverde gebieden vestigde. Bij al deze veldtochten kreeg Alfons I veel steun van de vorsten en landheren ten noorden van de Pyreneeën (o.m. de graaf van Béarn werd er zijn vazal), zodat het koninkrijk Aragón uiteindelijk in de mogelijkheid verkeerde zich te mengen in de Zuid-Franse politieke aangelegenheden. De kansen keerden voor Alfons I, nadat hij eerst nog in 1133 Mequinenza had ingenomen, maar vervolgens in 1134 verslagen werd bij Fraga, waarbij hij zwaar gewond werd. Kort daarop overleed hij aan zijn verwondingen, nadat hij het bestuur van zijn koninkrijk toegewezen had aan de ridderorden van de Tempeliers en de aan de Hospitaalridders, die echter weigerden op het aanbod in te gaan. Hierop ontstond er een probleemsituatie aangezien er geen directe erfgenamen waren. Hierop vroeg zijn broer Ramiro II (5e) de bisschop van Barbastro-Roda dispensatie van de paus om zijn ambt tijdelijk neer te leggen en voor de opvolging van het koninkrijk te zorgen (zie ook de legende van de klok van Huesca).

la seo de bisschopskerk van Zaragoza romaans mudéjar
Bisschopskerk 'La Seo (de dom)' te Zaragoza. Onderaan Romaans van Jaca, bovenaan Gotisch mudéjar.

Wereldmacht Spanje in de 16e eeuw - de gouden eeuw (Sp.: Siglo de Oro).

Het Katholieke koningspaar. In 1469 huwde het zogenaamde Katholieke koningspaar, koning Ferdinand II van Aragón en Isabella I van Castilië. Uit de vereniging van de twee koninkrijken ontstond Spanje, maar de aparte koninkrijken bleven nog verder bestaan.

Aljarfe (plafond) paleis van de Katholieke Koningen te Zaragoza (Aljaferia)
Aljaferia te Zaragoza: aljarfe (mudéjarplafond) van het Katholieke koningspaar.

Voordat Isabella met Ferdinand huwde, liet zij hem een zorgvuldig uitgewerkt huwelijkscontract ondertekenen. Zij wilde een schriftelijke garantie dat zij na de dood van haar vader koning Enrique IV over Castilië zou regeren. In het 15e eeuwse Spanje waar een echtgenote geen wil, geen mening en geen rechten hoorde te hebben, was Isabella's gedrag ongehoord. Hoe onafhankelijk Isabella was, bleek in 1474: Ferdinand reisde naar Zaragoza en liet zijn vrouw voor langere tijd in Segovia achter. Op zekere dag bracht zijn koerier twee onthutsende berichten: koning Enrique IV was op 12 december gestorven en Isabella had zich de volgende dag uitgeroepen tot koningin van Castilië. Het optreden van zijn vrouw leidde niet alleen tot een echtelijke crisis, maar ook tot vele oorlogen. Isabella liet zich een harnas aanmeten. Zelfs als ze zwanger was wierp ze zich met haar troepen in de strijd. Soms leidden deze inspanningen tot miskramen. Toch kregen Isabella en Ferdinand vijf kinderen, waaronder het 3e kind Juana van Castilië (zou de geschiedenis ingaan als Johanna de Waanzinnige), die later de machtige, in 1500 te Gent geboren, keizer Karel V zou baren. Isabella zag in dat er krachtige maatregelen genomen zouden moeten worden om een einde te maken aan de anarchie en rechteloosheid. Ferdinand die na de dood van zijn vader Johan (Juan) ll van Aragon in 1479 de kroon van Aragón besteeg, was dat volkomen met haar eens. Er werden strenge wetten uitgevaardigd. Een streng politiekorps met uitgebreide bevoegdheden kreeg de opdracht bij het handhaven van de orde niet al te zachtzinnig op te treden. De leden van dit korps aarzelden niet deze instructies op te volgen. Wanneer een misdadiger op heterdaad werd betrapt en gevangen genomen was, werden er korte metten met hem gemaakt. In allerijl werd een priester gezocht, de zondaar mocht zijn zonden opbiechten, hij kreeg absolutie en vervolgens aan de dichtstbijzijnde boom opgehangen. De burchten van de gevreesde roofridders werden de een na de ander met de grond gelijk gemaakt. Dit miste zijn uitwerking niet. Het respect voor wet en orde nam vanaf 1474 merkbaar toe en zorgde voor stabiliteit en daarmee ook een stijgende welvaart.

Middeleeuws dorp Alquezar
Het nagenoeg authentieke Middeleeuwse dorp Alquezar.

Inquisitie en Jodenvervolging. Niet alle onderdanen waren gelukkig met het bewind van Isabella en Ferdinand:
- 1478: instelling van de inquisitie (vervolging van ketters) in Castilië
- 1481: begin van de laatste oorlog tegen de Moren
- 1484: instelling van de inquisitie in Aragón.
Vanaf 1481 zouden zo'n 200.000 Joden slachtoffers worden van hun wreedheid. De koningin stond op religieus gebied onder invloed van haar biechtvader, de neurotische godsdienstfanaat Torquemada. Op zijn advies werd de Heilige Officie opgericht, die duizenden Joden tot de brandstapel veroordeelde. "De ketterverbrandingen vormen voor onze godvruchtige vorstin de aangenaamste verpozing.", schreef pastoor Abarca. Torquemada had haar ingeprent dat hun zielen alleen door het vuur konden worden gereinigd en gered. Ferdinand stak voldaan de bezittingen van de kapitaalkrachtige Joodse slachtoffers in zijn zak.

Er was veel geld nodig voor de voortzetting van de kruistocht. Op 2 januari 1492 valt Granada, het laatste Moorse bolwerk op het schiereiland. Deze datum wordt gezien als de feitelijke vereniging van Spanje. Pas na de val van Granada toont het Spaanse hof opnieuw belangstelling voor de droom van Columbus om Indië te bereiken via het westen. Isabella ontbood Columbus opnieuw en verleende haar goedkeuring. Isabella stond in dit besluit alleen. Haar echtgenoot, noch haar raadsheren steunden de onderneming. Maar Isabella gaf Columbus haar zegen, tegen het oordeel van haar adviseurs. Isabella kon haar "vrome" maatregelen nauwelijks bekostigen, omdat zij met haar maatregelen de Joodse gemeenschap verdreef waartoe nu juist het merendeel van de deskundige financiers en handelaren behoorde. Haar steun voor Columbus' reis kan daarom worden gezien als een noodgreep. Columbus spiegelde haar gouden bergen voor en zij had niets te verliezen. Columbus was opgetogen over haar toestemming. Niettemin stelde hij hoge financiële eisen. Ze willigde ze allemaal in. Als hij het verre land had ontdekt zou hij daar onderkoning worden "om daar toezicht te houden (...) want daarmee wordt God gediend, zijn Heilig Geloof verbreid en worden onze eigen rijken vergroot."

fuente de la hispanidad Zaragoza
De 'Fuente (fontein) de la Hispanidad' te Zaragoza symboliseert de kaart van de Spaanstalige landen van Amerika. Realisatie naar aanleiding van de 500e verjaardag van de ontdekking van Amerika in 1992.
fuente de la hispanidad en de zeilschepen van Columbus

Op 17 april 1492 werd het contract ondertekend en op 3 augustus verliet Columbus de haven van Palos de la Frontera (Andalusië). Op 12 oktober 1492 ontdekte hij een van de eilanden van de Bahamas. Nadat Columbus op het eiland Española (Hispaniola) de eerste Spaanse kolonie had gesticht en van zijn opzienbarende tocht was teruggekeerd, werd hij geëerd als een held. Daarna begon het zoeken naar goud. Overeengekomen was dat Columbus een achtste deel voor zichzelf mocht houden, de rest was voor de koningin. Hij vond echter niets en moest zich na terugkeer tevreden stellen met de privileges en voorrechten die de koning hem verleende. Die behelsden onder meer het gouverneursschap over de nieuw ontdekte eilanden. Columbus zag wel brood in de slavenhandel. Maar toen hij Isabella na zijn tweede reis een scheepslading slaven toonde, was die zo geschokt over hun naaktheid dat zij zich voornam de nieuwe rijksdelen meteen te kerstenen.

Noch Colombus, noch Isabella hebben ooit geweten welk gebied er werkelijk ontdekt was. De goudtransporten kwamen ook pas op gang na hun overlijden. Met de dood van Isabella ging ook Columbus ten onder. Ferdinand schond alle beloftes en betaalde hem niets. Columbus stierf in armoedige omstandigheden, twee jaar na de koningin die zijn dromen had willen delen. De door hem ontdekte gebieden in de Cariben en Zuid-Amerika zouden in de volgende decennia worden omsloten door Spaanse avonturiers. Al gauw pendelden hun karvelen de oceaan over, vol goud, zilver en allerlei exotische voedingsmiddelen (van aardappelen tot tomaten en cacao) voor het vaderland.

De Nederlanden werden in de 16e eeuw een economisch macht binnen Europa. De Zuidelijke Nederlanden (het gebied van wat nu België is) hadden zich al rond 1500 ontwikkeld door vroeg industriële productie van luxeproducten voor de Europese export. Hieronder zijn bekend de zijdeweverij, glas-en spiegelindustrie en meubelmakerij. Filips de Schone was de laatste vorst uit het huis van Bourgondië die over de Nederlanden regeerde. Op 20 oktober 1496 trad hij te Lier in het huwelijk met Johanna van Castilië. Dit huwelijk, waaruit in 1500 de latere Karel V werd geboren, kreeg in de loop van hetzelfde jaar een grote politieke betekenis, toen Johanna als gevolg van verschillende omstandigheden erfdochter van Aragón en Castilië werd. Door deze gebeurtenis zou Filips de heerser worden over Oostenrijk, de Nederlanden en gans Spanje.

Keizer Karel (in Gent geboren in 1500), de zoon van Filips de Schone, heette in Spanje Karel V (Sp.: Carlos Quinto). Hij sprak Frans en leerde pas op zijn 13e Spaans. Hij was 15 jaar toen hij het bestuur van de Nederlanden kreeg. In 1516 kreeg hij Spanje, de Italiaanse gebieden (Napels en Sicilië) en de Spaanse koloniën in de nieuwe wereld. In 1519 werd hij ook keizer van Duitsland. Spanje stond op het hoogtepunt van zijn macht. Zijn zoon Filips II maakte van het ongekende stadje Madrid in 1561 de hoofdstad. Filips II had van Karel de Spaanse helft van de keizerlijke bezittingen geërfd, inclusief de opstandige Nederlanden, de Amerikaanse koloniën en flinke gebieden in Italië. In 1581 werd Filips II ook koning van Portugal. Vanaf die tijd begon Spanje over zijn hoogtepunt heen te geraken: de mislukte invasie van Engeland door de Spaanse Armada in 1588, de afscheiding van de Noordelijke Nederlanden, ... .

zicht op het Zaragoza van 1614
Klik voor groter zicht op Zaragoza in 1614.

Het verval van Spanje en Zaragoza.
Spanje was voortdurend in conflict met Frankrijk. Onder Filips IV verslechterde de economische situatie verder door oorlogen en extreem hoge belastingen. Portugal kwam los van Spanje in 1640, de Noordelijke Nederlanden in 1648. Rond 1600 is het decadente en religieuse Spanje ook duidelijk te zien in Zaragoza. Spaans wordt de algemene taal (Arabisch wordt verboden), de Joden zijn verdreven. In de Spaanse Successieoorlog (1701-1714) koos Zaragoza de kant van de Carlisten (tegen Madrid en Castilië in), leed zware verliezen en werd van vrijwel alle rechten vervallen verklaard. Ook het koninkrijk Aragón werd opgegeven.

Zaragoza volledig vernietigd.

Augustina de Aragon (Jeanne d'Arc van Aragon)
Standbeeld ter ere van de inwoners van Zaragoza met Augustina naast het kanon, de Spaanse Jeanne d’Arc. Bij het beleg van Zaragoza in 1808 zou zij een kanon laden en op de aanstormende Fransen afschieten terwijl de Spaanse troepen het al op een lopen hadden gezet. De aanblik van deze vrouw, die in haar eentje trachtte de Franse stormloop te stoppen, bracht velen van hen ertoe opnieuw hun posities in te nemen. Zo werd gezamenlijk de Franse opmars tot staan gebracht en was er een nieuwe heldin geboren.

De reputatie van Zaragoza werd hersteld dankzij een heroïsch optreden in de Spaanse onafhankelijkheidsoorlog, namelijk de Spanjaarden, Portugezen en Britten tegen de troepen van Napoleon I (1808-1809). Toch kregen de Fransen de stad op haar knieën. Pas na een periode van ruim twee maanden, waarin naast oorlogsgeweld ook honger en epidemieën toesloegen, werd de stad, letterlijk huis na huis veroverd ten koste van 54000 doden. De zwaar verwoeste en nog slechts 10.000 inwoners tellende stad herleefde pas weer in de 19de eeuw na de aanleg van de spoorwegen naar Madrid, Barcelona en Bilbao. Haast het ganse gebouwenpatrimonium van voor deze periode was vernietigd.